Reddingsvesten

Watersport

Drijfhulpmiddel (zwemvest) 50N – EN 393 / ISO12402-5


Alleen geschikt voor zwemvaardigen. Alleen bij of op beschut water waar snel hulp aanwezig is. Niet veilig bij bewusteloosheid. GEEN REDDINGVEST! Voor personen vanaf 30 kg. Het 50N drijfhulpmiddel is bij uitstek geschikt in situaties waar veel bewegingsvrijheid vereist is, zoals: kanoën/kayakken, dinghy/zeilen, water/jetskiën, vissen/jagen.



Reddingvest 100N – EN 395 / ISO 12402-4


Geschikt bij of op binnenwater en beschut water. Beperkt veilig bij bewusteloosheid en bij het dragen van waterdichte kleding. Geschikt voor kinderen (al vanaf een paar maanden) en volwassenen bij of op binnenwater en beschut water tijdens normale weersomstandigheden en het dragen van lichte kleding. Biedt goede bescherming voor niet-zwemmers en zwemmers. De 100N reddingvesten zijn zo ontworpen dat ze een bewusteloos persoon op de rug draaien, met de luchtwegen vrij van het water.



Reddingvest 150N – EN 396 / ISO 12402-3


Voor zwemmers en niet-zwemmers. Geschikt bij of op open- en kustwater. Met zware, waterdichte kleding beperkt veilig bij bewusteloosheid. Een reddingvest dat meer drijfvermogen heeft en geavanceerder is. Voor serieuze jachtvaarders, zwemmers en niet-zwemmers. Geschikt voor kinderen en volwassenen bij of op open- en kustwater. Voor zware weers omstandigheden en bij het dragen van bijvoorbeeld lichte regenkleding. De 150N reddingvesten zijn zo ontworpen dat ze een bewusteloos persoon op de rug draaien, met de luchtwegen vrij van het water.



Reddingvest 275N – EN 399 / ISO 12402-2


Voor op en bij zee en bij extreme zware omstandigheden. Voor dragers van zware, waterdichte kleding. Onder vrijwel alle omstandigheden volkomen veilig bij bewusteloosheid.



Let op: een drijfhulpmiddel en/of reddingvest werkt alleen goed als:
  • u de juiste categorie en model al naar gelang van het gebruik kiest.
  • u de juiste maatvoering met het gewicht van de drager kiest.
  • u het vest volgens de bijgesloten instructies aantrekt, draagt en onderhoudt.
  • u het vest te allen tijde draagt waar de kans bestaat dat u te water kunt raken.
  • u het vest nooit onder uw kleding draagt.
  • u het vest voor het gebruik uittest om de juiste werking ervan te controleren.
(leer ook een kind hoe te drijven c.q. draaien in het reddingvest).

Extra:
Opblaasvest, controleer of het opblaasmechanisme operationeel is volgens de bijsluiter. Check ook of het gasflesje vol en niet doorboord is.